Doofblindheid is een ongenuanceerde term voor de combinatie van visuele en auditieve beperkingen. Deze combinatie kan variëren van slechthorend en slechtziend tot volledig doof en blind. De meeste doofblinden zijn niet volledig doof en volledig blind, maar hebben nog enig restgehoor en/of enige restvisus. Maar dat maakt de handicap natuurlijk niet minder erg!
Doofblinden komen in principe dezelfde problemen tegen als slechthorenden/doven en slechtzienden/blinden. Zo zijn doofblinde mensen beperkt in hun communicatie met andere mensen, in hun mobiliteit, in het ondernemen van activiteiten en het ontvangen van informatie. Maar door de dubbele handicap zijn de problemen (veel) groter en ook (veel) lastiger op te lossen.
Wat betreft communicatie zijn er verschillende oplossingen voor verschillende gradaties en combinaties van slechtziendheid en slechthorendheid:
| Handicap | Aanpassing voor communicatie |
|---|---|
| Slechthorend en slechtziend |
Geluidsversterking Grootschrift |
| Slechthorend en blind | Geluidsversterking Braille Voelbare gebarentaal (handalfabet, …) |
| Doof en slechtziend | Grootschrift Aangepaste gebarentaal (gebaren in de lucht, …) |
| Doof en blind | Braille Voelbare gebarentaal (handalfabet, …) |
Naast een voorstelling van zuiver technische communicatiehulpmiddelen, besteedt deze keuzewijzer ook aandacht aan de meest gebruikte niet- technologische communicatiemethodes voor doofblinden in Vlaanderen. Hiervoor konden we een beroep doen op de deskundigheid van Paul Bulckaert, orthopedagoog bij het Koninklijk Instituut Spermalie te Brugge.
Communicatie tussen een ziende en iemand met een sensorische handicap omvat veel meer dan het strikt doorgeven van boodschappen. We zetten de belangrijkste aspecten op een rijtje:
Communicatietechnieken kunnen enerzijds ingedeeld worden per zintuig: visueel, auditief of tactiel. Anderzijds kunnen we ze indelen volgens de gebruikte symbolen: woorden, gebaren of andere, minder conventionele symbolen (bijvoorbeeld tactiele pictogrammen). Deze laatste worden slechts door sommige doofblinden gebruikt.
Er zijn acht communicatietechnieken die courant gebruikt worden.
Liplezen is het afzien van woorden aan de stand van de lippen. In de praktijk wordt het zuiver visuele liplezen dikwijls ondersteund door gehoorresten en spreekt men van spraakafzien. Naast het feit dat er voldoende licht moet zijn, dient de ziende gesprekspartner duidelijk te articuleren en te spreken in de richting van de doofblinde. Liplezen en spraakafzien vergen een grote inspanning van de doofblinde, die een zeker taalbezit moet hebben, maar is tegelijk toch een gemakkelijk toepasbare techniek voor horend-ziende gesprekspartners.
Communicatie in grootschrift bestaat uit het met de hand of machinaal aanmaken van grote tekst. Hiervoor kan bijvoorbeeld een computer of gewoon een pen en papier gebruikt worden. Beide gesprekspartners moeten kunnen lezen en schrijven en over voldoende gezichtsvermogen beschikken. Het vereiste hulpmiddel (pen en papier of pc) is niet overal en in alle situaties bruikbaar. In de praktijk is het de doofblinde die praat en de andere gesprekspartner die schrijft.
Het schrijven van drukletters in de hand (ook wel lopend schrift genoemd), bestaat erin dat hoofddrukletters gevormd worden in de handpalm van de doofblinde. De doofblinde moet beschikken over voldoende tastzin en een zeker synthesevermogen. Deze techniek verloopt erg traag maar is tegelijk toch gemakkelijk toepasbaar voor beiden.
Bij vingerspelling in de lucht of in de hand (ook handalfabet genoemd), worden de letters in de lucht of in de handpalm van de doofblinde gevormd. Elke letter komt overeen met een welbepaalde vinger- en handstand. Afhankelijk van de methode (lucht of hand) dient de doofblinde te beschikken over voldoende gezichtsvermogen of tastzin. Vingerspelling vergt een grote inspanning van de doofblinde, die een zeker taalbezit moet hebben. Het tempo ligt laag bij deze techniek maar is vaak bekend bij doofgeboren mensen.
Het Lorm-schrift bestaat uit het vormen van strepen en punten (die overeenkomen met letters) in de linker handpalm van de doofblinde volgens een vastgelegde code. Beide gesprekspartners dienen te beschikken over een goed taalbezit. De doofblinde moet over synthesevermogen beschikken en in staat zijn de boodschappen mentaal aan te vullen. Het aflezen is erg inspannend voor de doofblinde maar een hoog gesprekstempo is haalbaar.

Figuur: Lorm-schrift
Bij gebarentaal worden met de handen in de lucht symbolen gemaakt die overeenstemmen met woorden. Beide gesprekspartners dienen voldoende symbolen te kennen en de doofblinde dient over voldoende gezichtsvermogen te beschikken. Deze techniek is enkel bruikbaar bij vroegdove doofblinden en werkt vlot in de omgang met doven.
Bij vier handengebaren legt de doofblinde zijn linkerhand op de rechterhand van zijn communicatiepartner en vice versa. Vervolgens worden dezelfde symbolen gebruikt als bij de gebarentaal, maar dan lichtjes aangepast aan deze specifieke communicatiewijze. Deze techniek is vooral bruikbaar bij personen die een goede gebarenkennis hebben. Het grote voordeel is dat interactie mogelijk wordt (gesprekspartners kunnen mekaar gemakkelijker onderbreken) en dat emoties (woede, vreugde, ongeduld, ...) kunnen doorgegeven worden omdat men permanent in contact is met elkaar.
Gebaren op het lichaam zijn vooraf onderling afgesproken gebaren die op het lichaam van de doofblinde gemaakt worden. Slechts een beperkt aantal gebaren is mogelijk en deze techniek is alleen geschikt voor personen die met elkaar vertrouwd zijn. Het is een handige techniek voor korte, snelle boodschappen.
Bij de keuze van een communicatietechniek zijn restvisus, gehoorrest en het tactiel functioneren doorslaggevend. Bij een aantal doofblinden zijn er nog bruikbare gehoorresten. In functie van het waarnemen van spraak en/of van het waarnemen van omgevingsgeluiden is hoorapparatuur vaak een zeer nuttig hulpmiddel. Wanneer er enige gehoorrest is, dan is het altijd nodig de mogelijkheden van hoorapparatuur, eventueel aangevuld met FM-apparatuur, grondig te onderzoeken en uit te testen. Ook de restvisus moet optimaal aangesproken worden.
Verder moet rekening gehouden worden met een aantal andere factoren zoals:
Hierna overlopen we de belangrijkste communicatiehulpmiddelen voor doofblinden. Het gaat daarbij hoofdzakelijk over geavanceerde apparaten. Bij elk apparaat wordt verwezen naar een plaats waar meer informatie te vinden is.

Figuur: Tellatouch

Figuur: Screen Braille Communicator
De Screen Braille Communicator kunnen we beschouwen als een elektronische versie van de Tellatouch. Er is een Screen Braille Communicator met één braillecel en een uitvoering met acht cellen. Het toestel beschikt over een qwerty- of azerty-toetsenbord, een brailletoetsenbord en een LCD-schermpje. Wanneer de doofblinde tekst intikt op het brailletoetsenbord kan de ziende deze tekst lezen op het LCD-scherm. Als de ziende tekst intikt op het toetsenbord kan de doofblinde deze tekst lezen op zijn braillecel(len). Een uitvoerige beschrijving is terug te vinden in een technische fiche in Infovisie Magazine van september 1998. De producent en leverancier is Chris Lagarde en de prijs voor de uitvoering met acht braillecellen bedraagt 1.780 euro (inclusief BTW). Dit hulpmiddel is in Nederland verkrijgbaar bij Worldwide Vision. Meer info in Vlibank (www.vlibank.be).

Figuur: Block Braille Communicator
De Block Letter Communicator is van dezelfde producent als de Screen Braille Communicator maar heeft geen brailletoetsenbord en in plaats van één of meerdere braillecellen is een tactiel veld van vier bij vier pennetjes aanwezig. Op dit tactiel veld wordt de vorm van de letter of het cijfer nagebootst. De ziende tikt zijn boodschap op het toetsenbord tot het LCD-schermpje gevuld is. Ondertussen kan de doofblinde op eigen tempo de letters één voor één (hij beschikt daarvoor over een toets die het volgende teken oproept) voelen op het tactiel veld. De Block Letter Communicator is voor doofblinden die geen braille kennen en kunnen praten. Het toestel kost 1.314 euro (inclusief BTW). Dit hulpmiddel is in Nederland verkrijgbaar bij Worldwide Vision. Meer info in Vlibank (www.vlibank.be).

Figuur: Aangepaste draagbare pc
Een draagbare computer wordt uitgerust met een schermuitleesprogramma en een 40-cellige brailleleesregel die onder het toestel bevestigd wordt. Zodra bijvoorbeeld de tekstverwerker WordPad opgestart is, kan de draagbare pc als communicatietoestel functioneren. De ziende tikt zijn boodschap op het toetsenbord en de doofblinde kan die op de brailleleesregel aflezen. Een bijkomend voordeel is dat de boodschappen kunnen bewaard worden op diskette of harde schijf. Dit hulpmiddel is bruikbaar door doofblinden die braille kennen en kunnen praten. Dergelijke configuratie kost tenminste 7.800 euro. Het is uiteraard niet te verantwoorden om dit soort apparatuur enkel aan te schaffen als communicatiehulpmiddel. Het eerste doel van dergelijke aankoop is te beschikken over mobiele tekstverwerkingsmogelijkheden, notitiefaciliteiten en gegevensbeheer (adressen, afspraken, ...). Meer info in Vlibank bij systemen voor brailleweergave.

Figuur: Tabli
Tabli, bestaande uit een gewoon toetsenbord en een LCD-schermpje, wordt aangesloten op het notitietoestel BrailleWave. Deze laatste is voorzien van een brailletoetsenbord en braillecellen. Functioneel ontstaat door het verbinden van deze twee een apparaat dat vergelijkbaar is met de Screen Braille Communicator. Wanneer de doofblinde tekst intikt op het brailletoetsenbord van de BrailleWave kan de ziende deze tekst lezen op het LCD-scherm van de Tabli. Als de ziende tekst intikt op het Tabli-toetsenbord kan de doofblinde deze tekst lezen op de braillecellen van de BrailleWave. Meer info in Vlibank (www.vlibank.be).

Figuur: FM-apparatuur
Slechthorend-slechtziende doofblinden zullen indien zij onvoldoende zelfstandig kunnen communiceren in een groep vaak gebruik maken van een FM-apparaat. Een FM-apparaat bestaat uit een microfoon met zender enerzijds en een ontvanger gekoppeld aan het hoorapparaat anderzijds. In essentie dient een FM-apparaat om de afstand tussen de spreker en de luisteraar te overbruggen zodat de geluidssignalen optimaal ontvangen worden.
We zien doofblinde mensen FM-apparatuur op 2 manieren gebruiken; ofwel vraagt men om de microfoon door te geven tussen verschillende sprekers of men laat een orale tolk spreken in de microfoon van het FM-toestel.
We zien ook geregeld doofslechtziende personen gebruik maken van schrijftolken. Daarbij vragen ze de schrijftolk uiteraard alles wat gezegd wordt neer te schrijven, maar dan in zeer grote letters. Soms wordt puntgrootte 48 of zelfs 72 toegepast, met een aangepast contrast. Velen verkiezen heldere letters op een donkere achtergrond zoals witte of gele letters op zwart of blauw.