Inhoudstafel

Inleiding

Geregeld ziet men in het straatbeeld personen met een handicap, begeleid door een assistentiehond. Deze assistentiehonden kunnen verschillende functies hebben voor verschillende doelgroepen. Naast blindengeleidehonden voor personen met een visuele handicap en hulphonden voor personen met een motorische handicap, bestaan er ook epilepsiehonden voor personen met epilepsie en hoorhonden voor personen met een auditieve handicap .

Bij contacten met potentiële gebruikers en adviesverleners wordt vastgesteld dat over assistentiehonden onvoldoende accurate informatie aanwezig is. Er wordt als vanzelfsprekend aangenomen dat de hond de zelfredzaamheid van zijn/haar gebruiker verhoogt. Maar worden aan de hond geen capaciteiten toegemeten die hij niet heeft, worden geen te hoge verwachtingen gesteld? Onbekendheid met de mogelijkheden van de hond kan aanleiding geven tot irreële verwachtingen, verkeerde adviezen, foute keuzes.

Voorliggende keuzewijzer wil in een eerste deel een overzicht geven van de mogelijkheden van de verschillende soorten assistentiehonden: wanneer kan een assistentiehond een oplossing bieden, wat is de meerwaarde van de assistentiehond ten aanzien van (technische) hulpmiddelen.

In een tweede deel worden de eisen in kaart gebracht die moeten voldaan zijn, wil de hond doelmatig zijn. Deze modaliteiten situeren zich zowel bij de gebruiker als bij de hond en in de omgeving.

Onze dank gaat uit naar de vertegenwoordigers van de organisaties waarmee we regelmatig overleg konden voeren: de hondencentra, belangenverenigingen, multidisciplinaire teams en gebruikers.

Terug naar begin van de tekst

Functionele waarde van de verschillende assistentiehonden en vergelijking met mogelijke alternatieven

Blindengeleidehonden

Welke functionele waarde hebben blindengeleidehonden in vergelijking met ‘technische’ hulpmiddelen: gewone witte stok, elektronische stok en gps-systeem ?

Mogelijkheden van de blindegeleidehond

De blindengeleidehond (bege)leidt een blind of zeer slechtziend persoon bij zijn verplaatsingen buitenhuis. De hond leidt de persoon met een handicap rond obstakels. Daarbij draagt de hond een harnas. De persoon kan niveauverschillen detecteren door de veranderende hoogte van de hond of doordat de hond stopt om een niveauverschil aan te geven. Meer bepaald zal de hond:

  • hindernissen ontwijken en aangeven in de breedte en in de hoogte met bevelsweigering bij gevaar;
  • overgangen van materiaal, kleur signaleren;
  • niveau-overgangen, trappen aangeven;
  • oversteek- en doorgangsmogelijkheden (zebrapaden) in een verkeerssituatie aangeven en de verkeerssituatie inschatten;
  • verloren gelegde voorwerpen vinden;
  • zijn baas op aangeleerde trajecten geleiden (een hond is in staat om een aantal trajecten aan te leren);
  • in- en uitgangen en herkennings- en oriëntatiepunten terugvinden.

Een hond kan niet de weg wijzen in een vreemde omgeving, is geen oriënteringshulpmiddel.

Mogelijkheden van de technische hulpmiddelen

Witte stok als taststok

De blinde of zeer slechtziende persoon tast met de stok op de breedte van het lichaam het terrein voor hem af en voelt op die manier obstakels. Voorwerpen op de grond, geveluitsteeksels, keldergaten, … kunnen gedetecteerd worden door standaard stoktechnieken te gebruiken. Voetpaden en oversteekplaatsen kunnen vastgesteld worden door het ‘vallen’ van het stokpunt.

Wanneer de stok wordt gebruikt om te rollen (specifiek type van stok) i.p.v.om te tikken, realiseert de stok een verhoogd tactiel bereik. Dit is zeker het geval wanneer met speciale (ribbel)tegels geleidelijnen op de straat zijn aangebracht. Door met zijn stok over de straat te schrapen, houdt de persoon contact met de gidslijn.

Bij tikken of slepen met een stok kan het geluid een vorm van echolocatie met zich brengen die de detectie van een obstakel ondersteunt.

Een neveneffect van het gebruik van de stok is dat mensen die in de weg staan, gewaarschuwd worden door het geluid en de beweging van de stok.

In de praktijk wordt met de stok slechts een beperkte oppervlakte afgetast. De manier waarop met de stok heen en weer wordt bewogen, bepaalt het gedetecteerde oppervlak. Bovendien kunnen overhangende hindernissen niet gedetecteerd worden. Een bijkomend probleem vormt het steeds veranderend straatbeeld en hindernissenpark.

Met een witte stok kan men zich niet oriënteren.

Elektronische witte stok

De elektronische witte stok is een taststok met een toegevoegd ultrasoon obstakeldetectiesysteem (sonar). Het systeem bestaat uit twee sonarbundels waarvan één naar beneden is gericht, de andere naar boven. De gebruiker krijgt een geluid- en/of een trilsignaal wanneer zich een hindernis binnen de vier meter bevindt. Op die manier detecteert de stok, sneller dan met de gewone stok, hindernissen, zowel bij de grond als op hoofdhoogte zonder dat ze effectief gevoeld worden. Het detectiebereik is groter dan bij de gewone witte stok.

Het groter bereik van de elektronische stok vormt terzelfdertijd ook een groot nadeel. Meer omgevingsinformatie doorgeven (o.a. ook voorwerpen opzij) leidt tot onvoorziene detectie. Meer voorwerpen worden gedetecteerd dan enkel diegene die de weg blokkeren. De gebruiker vindt a.h.w. het bos tussen de bomen niet meer.

Gps-systeem (Global Positioning System)

Een relatief nieuwe ontwikkeling is gps. Met gps is het mogelijk je positie te bepalen met een accuraatheid van twee tot tien meter. Sommige apparaten kunnen vroegere locaties en routes opslaan, sommige geven ook straatnamen weer en kunnen gebruikt worden als digitale kaarten. Ze kunnen ook navigeren, door visueel en met spraakweergave aan te geven waar er moet afgeslagen worden. Op die manier gidst een gps-systeem iemand van plaats A naar plaats B.

Gps-systemen zijn alleen een doelmatig hulpmiddel als ze aangepast zijn voor blinden, d.w.z. voorzien zijn van een specifieke spraakweergave voor het bedienen en het instellen van de gps.

Een gps-systeem voor blinden vervangt de witte stok of een blindengeleidehond niet. Het navigatiesysteem wijst wel de weg, maar waarschuwt niet voor gevaarlijke situaties of hindernissen op de weg.

Een goede satellietontvangst is onontbeerlijk voor het goed functioneren van het systeem. Vooral in stadscentra is de satellietontvangst (nog) dikwijls te onbetrouwbaar waardoor het gps-systeem meer verwarring sticht dan dat het uitkomst biedt bij de oriëntatie. Bovendien is de nauwkeurigheid van de plaatsbepaling van het gps-systeem beperkt tot een tiental meters en zijn de kaarten ook niet aangepast aan voetgangers. Ook geleiding op openbare plaatsen en met het openbaar vervoer is niet voorzien.

Een ander mogelijk probleem bij gps-systemen, is de capaciteit van de batterijen. Meestal moeten deze reeds na één à anderhalf uur heropgeladen worden.

Door deze onvolkomenheden is het gps-systeem slechts in bepaalde situaties en voor een bepaalde groep van personen een zinvol hulpmiddel (zie ook KOC-nota ‘gps voor blinden’ op de www.koc.be).

Samenvatting functies blindengeleidehonden tegenover alternatieven

De blindengeleidehond heeft t.o.v. de ‘technische’ alternatieven een meerwaarde, namelijk inschatten van de verkeerssituatie en het vinden van in- en uitgangen.

Nut van het samen gebruiken van verschillende alternatieven

Over het nut van het combineren van de bovenvermelde hulpmiddelen werden opleidingsinstellingen en belangenorganisaties uit de sector visus bevraagd.

Blindengeleidehond samen met witte stok

De combinatie van een witte stok met een blindengeleidehond is logisch. De stok werkt aanvullend op de signalen van de hond en is een extra herkenningselement. De stok laat toe om te verifiëren (bv. breedte van een trap,…). Deze combinatie wordt inderdaad als nuttig ervaren door de sector.

Door het nog maar beperkt in gebruik zijn van de elektronische witte stok en gps is over de volgende combinaties geen praktijkervaring bekend.

Blindengeleidehond samen met elektronische witte stok

Deze combinatie wordt afgeraden. Het gebruik van de twee samen vraagt een te grote concentratie.

Blindengeleidehond samen met gps

Een blindengeleidehond samen met een gps lijkt een nuttige combinatie van een mobiliteits- met een oriëntatiehulpmiddel. Toch draagt deze combinatie niet het akkoord weg van de meerderheid van de bevraagden. Allicht ligt de reden in het feit dat het gebruik van een gps-systeem voor blinden een zeer grote concentratie vergt en daardoor alleen bruikbaar is voor handige gebruikers. De omgevingsgeluiden, de computerstem van het gps-systeem en het werken met de hond zijn allemaal activiteiten die samen moeten gebeuren.

Blindengeleidehond samen met elektronische witte stok en gps

Functioneel moet er gekozen worden tussen een gewone en een elektronische witte stok in combinatie met een hond. Daaraan een gps toevoegen zou in theorie nuttig kunnen zijn, maar doet een moeilijk hanteerbare combinatie ontstaan.

Doelgroepen

Goede mobiliteit is cruciaal voor de sociale integratie. Voor personen met een visuele handicap is dit niet zo natuurlijk als voor zienden. Personen met een visuele handicap moeten over een voldoende oriënteringsgevoel beschikken. Zelfs goed geoefende personen moeten voortdurend aandachtig zijn om alle noodzakelijke informatie te krijgen. Blindengeleidehonden en/of technische hulpmiddelen kunnen de werklast daarbij verminderen en de veiligheid verhogen door relevante informatie te geven op het juiste moment.

Wie zich als persoon met een visuele handicap zelfstandig (zonder menselijke assistentie) buitenhuis wil verplaatsen, heeft nood aan de boven beschreven mobiliteits- en oriëntatiehulpmiddelen.

Alleen voor wie voldoende mobiliteitsvaardig is (door ervaring of door het volgen van een cursus) en voldoende oriënteringsvaardig zullen de hulpmiddelen doelmatig zijn.

Vlibank

Situering in Vlibank:

2. hulpmiddelen voor personen met een visuele handicap
   2.2. mobiliteit
      2.2.2. witte stokken
      2.2.3. geleidehond
      2.2.4. gps-systeem
      2.2.5. elektronische witte stok

Terug naar begin van de tekst

Hulphonden

Mogelijkheden van de hulphond

Basisvaardigheden

Basisvaardigheden worden standaard aangeleerd aan alle hulphonden. Zij vormen de basiscommando’s die onderling te combineren zijn om nieuwe of complexere opdrachten uit te voeren, nodig voor het helpen van de persoon met een motorische handicap (rolstoelgebruiker):

  • volgen: links, rechts, voor en achter de rolstoel
  • ergens op gaan staan met twee of met vier poten, tegenaan staan met voorste poten
  • zitten, liggen, staan, halve draai, poot uitsteken
  • hier komen
  • vooruit gaan, kamer verlaten, in auto stappen
  • op een plaats blijven, wachten
  • een voorwerp oppakken (apporteren) en het loslaten
  • aanpassen snelheid
  • ontlasten op commando
  • ergens aan trekken
  • blaffen op commando
Specifieke vaardigheden

Weg- en terugbrengen van voorwerpen

De hulphond kan:

  • een voorwerp (kruk, schoenen, jas, telefoon, afstandsbediening, riem, harnas,…) op aanwijzing herkennen en terugbrengen: van de vloer (post oprapen), van een hoogte (tafel, aanrecht,…), uit een andere ruimte of ergens uithalen (tas, kast, wasmachine, afwasmachine, koelkast…);
  • een voorwerp geven aan bekenden en aan vreemden (portefeuille geven aan de persoon aan de balie), wegbrengen ( fles melk in de winkel op de band zetten) of ergens in doen ( prullenbak, tas, kast,…).

De voorwerpen kunnen zowel klein (vb. geldstuk) als groot zijn (vb. kruk). Ook breekbare voorwerpen zoals een bril zijn geen probleem voor de hulphond.

Openen en sluiten van deuren, gordijnen en lades

De hulphond kan deuren (zowel gewone als schuifdeuren) openen, sluiten en open houden. Soms is hiervoor een aanpassing nodig (vb. een stuk touw aan de klink of de lade hangen). Deuren die anders openen dan de hond gewend is of deuren waarop de hond geen grip kan krijgen met zijn muil of poten, kunnen problemen geven.

Bedienen van knoppen en schakelaars

De hulphond kan liftknoppen bedienen, lichten aan-en uitdoen, kranen openzetten, …

Alarmeren

De hulphond kan mensen in de omgeving waarschuwen door ze te gaan halen of door te blaffen. Tevens kan de hulphond een alarmsysteem bedienen.

Vaardigheden op maat van de gebruiker

Naast de algemene taken die een hulphond kan verrichten kunnen bijkomende vaardigheden worden aangeleerd in functie van de mogelijkheden of de functiebeperkingen van de gebruiker:

  • ondersteunen van de persoon met een handicap bij bewegingen: bijvoorbeeld van zitten naar staan, van zitten naar liggen, van liggen naar zitten, hand terugplaatsen naar schoot/blad/steun, persoon omrollen, persoon overeind trekken, …;
  • voetenplank van rolstoel inklappen;
  • kussen onder het hoofd doen ’s nachts; dekens afhalen wanneer het te warm is;
  • uittrekken van kleding (jas, sokken, schoenen, broek, trui, ritsen opendoen, …;
  • dekbed terugslaan;

Vergelijking met technische hulpmiddelen

Voor verschillende activiteiten die een hulphond kan verrichten, bestaan er ook technische hulpmiddelen op de markt:

  • aan- en uitkleedhulpen
  • draaggordels voor boodschappen
  • omgevingsbedieningssystemen
  • oprichthulpen
  • grijptangen
  • aangepaste grepen
  • robotarm
  • positioneringshulpmiddelen
  • transferhulpmiddelen
  • alarmeringssystemen

In sommige gevallen kan een hond deze vervangen. Voor een aantal activiteiten die een hulphond kan uitvoeren, zijn er geen technische hulpmiddelen op de markt:

  • voorwerp ergens uithalen of indoen;
  • dekbed terugslaan;
  • voorwerpen in een andere ruimte gaan halen;

Vergelijking met menselijke zorg

Door de hulphond kan de persoon met een motorische handicap zelfstandiger functioneren en hoeft hij/zij minder een beroep te doen op ADL-zorg. In een studie bij een steekproef van 40 gebruikers raamde het consultancybureau Scholten en Franssen (Nl) de mindere nood aan menselijke assistentie op 2 tot 3 uur per dag.In sommige gevallen kan de persoon met een handicap daarbij zelf bijkomende vaardigheden aanleren aan de hond.

Doelgroepen

Een hulphond kan de zelfstandigheid verhogen voor:

  • personen die een beperking hebben aan de onderste ledematen
  • personen met aandoeningen van de romp, de wervelkolom of het bekken
  • personen met een beperking aan de bovenste ledematen
  • personen met een combinatie van bovenstaande beperkingen
  • personen met een evolutieve ziekte

Terug naar begin van de tekst

Epilepsiehonden

Mogelijkheden van de epilepsiehond

Epilepsiehonden zijn bedoeld voor personen met medisch vastgestelde epilepsie, die ondanks medicatie of andere behandelingen niet aanvalsvrij zijn en die minstens één zware aanval hebben per maand. Er bestaan twee soorten epilepsiehonden:

seizure respons dogs

Voeren één of meerdere taken uit, meestal onmiddellijk na een epileptische aanval: een alarmknop induwen, de persoon wakker maken, de telefoon of medicatie brengen, …

seizure alert dogs

Voelen een aanval aankomen en verwittigen daarvan hun baasje op één of andere manier. Dit voorvoelen kan echter niet aangeleerd worden. Indien een hond dit talent bezit, kan het verder aangescherpt worden en kan er tevens aangeleerd worden om een herkenbaar signaal te geven.

Beide soorten honden worden opgeleid om bij een epileptische aanval taken uit te voeren:

  • voorkomen dat de straat wordt overgestoken wanneer de persoon een epileptische aanval heeft, afstand houden van rivieroevers en afgronden;
  • persoon bij bewustzijn brengen door te blaffen, aan te porren en te duwen met de poten;
  • noodoproep inschakelen, persoon in veiligheid brengen, hulp halen, medicatie brengen.

Technische alternatieven

Voor het aspect alarmeren bestaan op de markt ook technische hulpmiddelen. Ze zijn nuttig in situaties waarin personen (vaak ’s nachts) na een aanval bijstand van een verzorger nodig hebben. Een epilepsie-alarmsysteem, ontwikkeld om de verzorger te waarschuwen, bestaat uit twee delen: een alarmzender en een ontvanger. De alarmzender die zich bij de patiënt bevindt (aan polsband of in bed), detecteert de epileptische aanval (vb. door registratie van de typische trillingen) en zendt het alarmsignaal naar de ontvanger bij de begeleider. Zo is er bijvoorbeeld het epilepsie-pols-alarmband van de firma Diepeveen.

Een volledig veilig epilepsie-alarmsysteem bestaat niet. De responstijd van de verzorger blijft een belangrijke factor spelen.

Terug naar begin van de tekst

Hoorhonden

Mogelijkheden van de hoorhond

De hoorhond is een assistentiehond die speciaal voor mensen met een auditieve beperking wordt opgeleid. Een hoorhond waarschuwt zijn baas voor bepaalde geluiden zoals een alarm, deurbel, het huilen van een baby, …

Voorbeelden uit de dagelijkse praktijk zijn:

  • wekken wanneer de radiowekker afloopt;
  • aandacht trekken van de persoon met auditieve handicap (bvb. kinderen door ouders);
  • verwittigen bij achteropkomende voertuigen;
  • reageren op gsm (wordt in huis niet altijd op zich gedragen);
  • reageren op signaal van microgolfoven, rookmelder;
  • verwittigen wanneer persoon een voorwerp laat vallen (portefeuille, gsm,…).

Het opleiden van hoorhonden in België is op dit moment in een proefstadium. Zij betekenen een functionele meerwaarde voor personen met een auditieve handicap.

Technische alternatieven

Op de markt zijn een aantal signaleringssystemen en systemen om gewekt te worden, beschikbaar.

Zie in Vlibank onder:

3. personen met een auditieve handicap
   3.1. activiteiten dagelijks leven
   3.2. wonen

Terug naar begin van de tekst

Elementen van integratiebevordering

De assistentiehond kan niet alles. Bepaalde activiteiten kunnen enkel opgelost worden met menselijke assistentie of met technische hulpmiddelen.

De assistentiehond verhoogt voor de verschillende doelgroepen de zelfstandigheid heel concreet:

  • Personen met een visuele handicap begeven zich met hun blindengeleidehond frequenter zelfstandig buitenshuis.
  • Personen met een motorische handicap moeten aanzienlijk minder een beroep doen op menselijke ADL-zorg.
  • Ook personen met epilepsie of een auditieve handicap moeten veel minder een beroep doen op menselijke assistentie in hun dagelijks functioneren.

De functionaliteit van een assistentiehond is echter moeilijk te vergelijken met technische, ‘levenloze’ hulpmiddelen. Net omdat de hond een levend wezen is, heeft hij een aantal voordelen t.o.v. technische hulpmiddelen:

  • De hond is flexibel: door zijn permanente aanwezigheid is de hulphond overal beschikbaar als hulpmiddel, ook op verplaatsing.
  • De hond is dynamisch: de hond evolueert mee met de gebruiker. De hond kan steeds opnieuw aanleren hoe te functioneren, bijvoorbeeld bij verhuis van de gebruiker of in geval van een progressief evoluerend ziektebeeld.
  • De hond is minder stigmatiserend: de hond verwijst door zijn aanwezigheid niet naar de handicap. Technische hulpmiddelen leggen de focus op wat de gebruiker niet kan, op zijn beperkingen, de hond trekt de aandacht op de mogelijkheden van de gebruiker.
  • De hond heeft een sociale meerwaarde: de hond is een levend gezelschap dat in een aantal gevallen het alleen wonen en het autonoom zijn mede mogelijk maakt. Bovendien legt de hond een link tussen de gebruiker en de buitenwereld. Mensen praten makkelijker tegen een rolstoelgebruiker als er een sympathieke hond naast staat.
  • De hond heeft vaak ook een heilzaam effect: de gebruiker moet zorg dragen voor ‘iemand’ terwijl het meestal andersom is.

Terug naar begin van de tekst

Doelmatigheidseisen

In het eerste deel werden de mogelijkheden van de honden vergeleken met ‘technische’ hulpmiddelen die dezelfde functies uitvoeren. Indien gedacht wordt aan een assistentiehond als oplossing, moet men rekening houden met een aantal voorwaarden, wil de hond een doelmatige oplossing zijn:

  • De omgeving moet het functioneren van een assistentiehond toelaten.
  • De gebruiker moet de hond nodig hebben en moet de hond kunnen ‘gebruiken’, er kunnen mee omgaan, er kunnen voor zorgen.
  • De assistentiehond moet kunnen uitvoeren wat nodig is.

Terug naar begin van de tekst

Eisen gesteld aan de omgeving: ruimte en toelating

  • Er moet ruimte zijn voor de hond en mogelijkheid om de hond uit te laten.
  • De gebruiker (en zijn huisgenoten) moet bereid zijn om de hond op te nemen en moet zich akkoord verklaren met alle regels opgelegd door het hondencentrum.
  • De omgeving moet de gebruiker met de hond toelaten: de eigenaar bij huurwoningen, de medebewoners in appartementsblokken, de voorziening of school, de werkgever en de collega’s, …
  • De persoon met een handicap is de enige baas van de assistentiehond: opdat de assistentiehond blijvend de activiteiten voor zijn baasje uitvoert, is het noodzakelijk dat de omgeving de hond zoveel mogelijk negeert: niet verzorgen, niet aaien, geen commando’s geven, …

Terug naar begin van de tekst

Eisen gesteld aan de gebruiker: noodzaak en omgang met de assistentiehond

Vooraleer de hond als oplossing wordt gekozen, moeten een aantal vragen beantwoord worden over de noodzaak van de hond, de verwachtingen en capaciteiten van de potentiële gebruiker:

  • Is de persoon met een handicap beperkt in zelfstandigheid en zelfredzaamheid?
  • Kan de hond daadwerkelijk een concrete hulp bieden aan de persoon met een handicap?
  • Wat wil de gebruiker méér bereiken met de hond en is dit realistisch. Zal de persoon de hond gebruiken waarvoor hij opgeleid is?
  • Kan de persoon met een handicap zelf voldoende voor zijn hulphond zorgen?

Specifiek voor blindengeleidehonden:

  • Heeft de blinde een mobiliteitsprobleem?
  • Gebruikt hij/zij een witte stok?
  • Welke trajecten zal hij/zij afleggen, welke trajecten doet hij/zij nu (recreatie, boodschappen, beroep, studie, andere) en met welke frequentie?
  • Gebruikt hij/zij het openbaar vervoer?
  • Heeft hij/zij een oriëntatie- en mobiliteitstraining gevolgd of is er bereidheid om deze te volgen?

Bij het oplossen van bovenstaande vragen, moet rekening gehouden worden met:

  • zelfstandigheid en mobiliteit: in staat zijn om de hond zelfstandig uit te laten, zelfstandig of met hulpmiddelen buitenshuis kunnen voortbewegen, in staat en bereid zijn om deel te nemen aan de stage
  • persoonlijkheid om met een hond om te gaan: standvastigheid, leiding kunnen geven aan de hond, basisvertrouwen en zelfbeheersing in verkeerssituaties?
  • stemfunctie: voldoende duidelijk commando’s kunnen geven: redelijk stemvolume, redelijke verstaanbaarheid, redelijke intonatie
  • intelligentie en creativiteit: verstandelijk de hond kunnen begrijpen: geestelijk in staat om vaardigheden eigen te maken, redelijk geheugen, zicht op het eigen functioneren, eigen gedrag, mogelijkheden en beperkingen, psychologisch in evenwicht, initiatief kunnen nemen en probleemoplossend vermogen
  • medische aspecten: geen allergie aan honden, evenwichtstoornissen, gevoeligheid voor pijn, gezichtsvermogen en gehoorvermogen vormen geen belemmering voor het werken met de hond, bij voorkeur met minstens één hand de hond kunnen borstelen en aaien
  • motivatie: gemotiveerd om deel te nemen aan de stage, bereid om wat te doen of te laten voor het verkrijgen van een hulphond
  • financiële aspecten: bereid de kosten voor de stage te dragen, in staat de kosten van een hond te dragen voor voeding, verzorging, dierenarts
  • omgang met de hond: van honden houden, de hond overal willen meenemen

Bovenstaande criteria worden soepel en zeer persoonsgebonden nagegaan. Als een persoon bijvoorbeeld niet in staat is om de hond te belonen door hem te aaien, kan een koekjesmachine aan de rolstoel gemonteerd worden, de hond kan ook geleerd worden om zelf knuffels te komen halen. Als de stemfunctie onvoldoende is, kan er gecompenseerd worden met mimiek, gebaren, …

Terug naar begin van de tekst

Eisen gesteld aan de assistentiehond: gezond en goed opgeleid

  • Afkomst van de hond moet bekend zijn.
  • Algemene gezondheidstoestand van de hond moet goed zijn.
  • De hond moet gesocialiseerd zijn:
    • zich niet laten afleiden door soortgenoten, andere dieren, lawaai, geuren, kinderen;
    • betrouwbaar zijn tegenover andere personen; langdurig stil en rustig kunnen blijven, ook zonder toezicht;
    • gehoorzaamheid en sanitaire behoeftenbeheersing;
    • zelfbeheersing: gewenning aan uitzonderlijke situaties, blafbeheersing.
  • De hond moet opgeleid zijn voor de basiscommando’s en voor de specifieke opdrachten.

Het spreekt vanzelf dat de selectie en opleiding van de honden de verantwoordelijkheid uitmaakt van de hondencentra.

De eisen gesteld aan de hond, worden door het hondencentrum ingevuld in de opleiding die uit een aantal fasen bestaat. Alle hondencentra volgen eenzelfde stramien hoewel accenten kunnen verschillen, zoals het moment van inschakeling van de gebruiker.

Noot: Opleiding tot assistentiehond

  • Een eerste fase omvat de basisopleiding van de hond in het vooruitzicht van de samenwerking met de persoon met een handicap: zindelijkheidstraining, gewenning aan de omgeving, gehoorzaamheid, omgang met personen, verkeer, geluid en eventueel andere gezelschapsdieren (socialisering).
  • Een tweede fase waar de africhter voor instaat, omvat de specifieke opleiding van de hond tot assistentiehond, waarbij rekening gehouden wordt met de specifieke wensen en noden van de persoon met een handicap. In deze fase wordt ook geïnventariseerd in welke mate de gebruiker aan de gestelde eisen voldoet en worden deze eventueel bijgestuurd. Deze periode neemt minstens zes maanden in beslag.
  • De derde fase behandelt de samenwerking van de persoon met een handicap en zijn assistentiehond in ‘teamverband’ (o.a. bij de persoon thuis), waarna tot definitieve overhandiging wordt overgegaan. In deze fase wordt de gebruiker ook geleerd hoe om te gaan met de assistentiehond:
    • weten wat te doen met de beugel, het harnas,de leiband;
    • de assistentiehond kunnen verzorgen: kammen, borstelen, voeding, wandelen, behandelen van teken;
    • weten wat te doen bij ongewenst gedrag (blaffen, grommen, opspringen, weglopen en niet terugkomen,…).

Terug naar begin van de tekst

Opleidingscentra voor assistentiehonden

4Paws4Kids
Vrankrijk 2A
2740 Bilzen
Tel: 0471 28 24 35
E-mail:marja.wees@telenet.be
www.4paws4kids.be">

Alfa Centrum voor Hulp en Geleidehonden vzw
Della Faillestraat 15
2930 Brasschaat
Tel.: 0475 81 53 37
E-mail: alfacentrumvoorhulpengeleidehonden@telenet.be
www.alfacentrumvoorhulpengeleidehonden.be

Belgisch Centrum voor Geleidehonden v.z.w.
Maastrichtersteenweg 64
3700 Tongeren
Tel.: 012 23 43 19
E-mail: bcg@geleidehond.be
www.geleidehond.be

Blindengeleidehondenschool Genk vzw
Onafhankelijkheidslaan 45
3600 Genk
Tel.: 089 30 50 60
E-mail: blindengeleidehondenschoolgenk@telenet.be
www.blindengeleidehondenschoolgenk.be

Brailleliga v.z.w.
Engelandstraat 57
1060 Brussel
Tel.: 02 533 32 11
E-mail: info@braille.be
www.brailleliga.be

Dyadis vzw
Konkelstraat 87- 89
1150 BRUSSEL
Tel.: 02 772 30 12
E-mail: secretariaat@dyadis.org
www.dyadis.org

Hachiko vzw
Hundelgemsesteenweg 722
9820 MERELBEKE
Tel.: 09 230 66 81
E-mail: info@hachiko.org
www.hachiko.org

Hart tegen Hart
Kortewagenstraat 60B
9230 Wetteren
Tel.: 09 252.43.25
E-mail: info@harttegenhart.be
www.harttegenhart.be

Hondenschool Mijn Trouwe Vriend Neeroeteren
Kleeskensmolenweg 5
3680 Neeroeteren
Tel.: 089 86 61 57
www.mtvneeroeteren.be

Scale Dogs asbl
Steenweg op Sint-Jansberg 2
1170 Brussel
Tel.: 02 660 77 56
E-mail: info@scaledogs.be
www.scaledogs.be

Vrienden der Blinden vzw
Ganzestraat 9
8670 Koksijde
Tel.: 058 51 00 01
E-mail: vrienden.der.blinden@skynet.be
www.vriendenderblinden.be

Terug naar begin van de tekst